GROW model toepassen in coachgesprekken

Portret van Sophie de Vries, gecertificeerd coach in persoonlijke ontwikkeling
Sophie de Vries
Gecertificeerd coach in persoonlijke ontwikkeling
Coaching methodes · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je zit tegenover iemand die vastloopt. Ze hebben een doel, maar weten niet hoe ze moeten beginnen.

Ze hebben wel ideeën, maar geen plan. Jij als coach wilt ze helpen, maar je wilt ze geen kant-en-klaar antwoord geven.

Hoe pak je dat aan? Het GROW model is je kompas in zulke gesprekken. Het is een simpele, maar ijzersterke structuur die ervoor zorgt dat je gesprekken niet doelloos ronddwalen, maar echt ergens naartoe werken. In dit artikel lees je hoe je het GROW model in de praktijk brengt.

We gaan niet ingewikkeld doen. We houden het lekker helder, scherp en direct toepasbaar.

Want goede coaching draait niet om moeilijke woorden, maar om heldere inzichten.

Wat is het GROW model eigenlijk?

Het GROW model is ontwikkeld door de Britse coach John Whitmore. Het is geen strak keurslijf, maar eerder een logische denkwijze.

Het helpt je om samen met je cliënt orde te scheppen in de chaos. De afkorting GROW staat voor vier fasen: Goals (doelen), Results (resultaten), Options (opties) en What (wat nu).

Veel mensen denken dat het model gaat over het afvinken van vragen. Dat is het niet. Het gaat over de flow van het gesprek. Het is een manier om de cliënt stap voor stap te begeleiden vanuit een problematische situatie naar een concrete actie. Het mooie is dat het model werkt voor bijna alle coachingsvragen: van loopbaanvragen tot persoonlijke ontwikkeling.

De vier pijlers van GROW

Elke letter in GROW vertegenwoordigt een fase. Je kunt deze fasen zien als een treinreis: je begint bij het vertrekpunt en eindigt op de bestemming.

G: Goals – Wat wil je echt?

Hieronder leggen we elke fase uit. Elk goed gesprek begint met een duidelijk doel.

Zonder doel blijf je ronddraaien. In deze fase help je de cliënt om scherp te krijgen wat hij of zij wil bereiken. Dit klinkt simpel, maar het is vaak het moeilijkste deel.

Vraag niet alleen: "Wat wil je?" Vraag dieper: "Wat wil je écht?" Een veelgebruikte tool hierbij is de SMART-formule. Een doel moet Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn. Stel, een cliënt zegt: "Ik wil minder stress." Dat is geen doel, dat is een wens. Je stuurt bij: "Hoe ziet 'minder stress' er voor jou precies uit?

Hoe meet je dat? En wanneer wil je dit bereikt hebben?" Een beter doel wordt dan: "Ik wil over drie maanden elke avond om 18:00 uur mijn laptop dicht kunnen klappen zonder werkstress mee naar huis te nemen."

R: Results – Hoe ziet de toekomst eruit?

Tip: Focus op het positieve. Vraag niet "Wat wil je niet?", maar "Wat wil je wél?"

Nadat het doel helder is, ga je visualiseren. Deze fase gaat over het gevoel bij het doel. Waarom is dit doel belangrijk?

  • "Hoe zou je je voelen als je dit bereikt hebt?"
  • "Wat verandert er in je leven als dit lukt?"
  • "Wie merkt er iets van jouw succes?"

Hoe ziet de wereld eruit als het gelukt is? Deze stap is cruciaal voor de motivatie.

O: Options – Wat zijn alle mogelijke wegen?

Een doel op een briefje is leuk, maar een levendig beeld in je hoofd werkt veel sterker. Vragen die hierbij helpen zijn: Stel je voor dat het doel is om een nieuwe baan te vinden.

Vraag dan: "Stel je voor dat het maandag is en je eerste werkdag. Wat draag je? Waar zit je? Wie ontmoet je?" Hoe gedetailleerder, hoe beter.

  • "Wat zijn alle manieren waarop je dit zou kunnen aanpakken?"
  • "Wat zou je doen als geld geen rol speelde?"
  • "Wat zou je beste vriend je adviseren?"

Nu het doel en de visualisatie helder zijn, is het tijd voor brainstormen.

In de Options-fase ga je alle mogelijke opties op tafel leggen. Het motto hier is: oordeel nog niet. Veel coaches (en cliënten) schieten te snel in de oplossingsmodus.

W: What (now) – Wat ga je nu doen?

Ze kiezen de eerste de beste optie. Dat is zonde. In deze fase wil je zoveel mogelijk ideeën verzamelen. Vragen die je kunt stellen: Probeer creatief te zijn. Schrijf dingen op.

Gebruik methoden als 'braindumpen' (alles wat in je opkomt opschrijven zonder filter).

Pas na deze fase ga je selecteren. De laatste fase is de belangrijkste: actie.

Alle voorgaande fasen zijn nutteloos als er geen concrete stappen worden gezet. In deze fase maak je een plan. De focus ligt op de eerstvolgende stap.

  • "Welke optie kies je als eerste stap?"
  • "Wat ga je morgen al doen?"
  • "Wat heb je nodig om deze stap te zetten?"

Het hoeft geen groot plan te zijn; het gaat om beweging. Vragen die hierbij helpen:

Een veelgebruikte techniek is de '5-minute rule'. Wat kun je in de komende vijf minuten doen om dichter bij je doel te komen? Dit houdt het behapbaar. Maak afspraken over de volgende stap en wanneer je dit evalueert.

Een praktijkvoorbeeld: de GROW-flow

Laten we het toepassen. Stel, een medewerker komt bij je met het probleem: "Ik ben mijn werk niet meer leuk vind."

1. Goals (Doel)
Coach: "Wat zou er veranderen als je je werk weer leuk zou vinden?"
Medewerker: "Ik zou weer met plezier naar kantoor gaan."
Coach: "Concreet: wat is je doel voor de komende drie maanden?"
Medewerker: "Ik wil een project oppakken waar ik energie uit haal."

2. Results (Resultaat)
Coach: "Hoe zou je je voelen als je dat project hebt?"
Medewerker: "Ik zou me weer nuttig voelen en trots zijn op mijn werk." 3.

Options (Opties)
Coach: "Welke opties zie je om aan zo'n project te komen?"
Medewerker: "Ik kan mijn manager vragen om een ander project. Ik kan mezelf aanmelden voor de vrijwilligerspool.

Ik kan intern solliciteren naar een andere functie." 4. What (Actie)
Coach: "Wat is de eerste, makkelijkste stap die je kunt zetten?"
Medewerker: "Ik plan een gesprek met mijn manager."
Coach: "Wanneer ga je dat doen?"
Medewerker: "Morgenochtend." Zie je hoe het gesprek van een vaag gevoel naar een concrete actie is gegaan? Dat is de kracht van GROW.

De valkuilen van het GROW model

Hoewel het model simpel lijkt, zijn er valkuilen. Een veelvoorkomende fout is te snel doorschieten naar de 'W' (What).

Coaches willen vaak te snel oplossingen aandragen. Wees geduldig. Laat de cliënt zelf tot inzichten komen. Een andere valkuil is het 'ja/nee' vragen stellen.

In plaats van "Wil je die optie proberen?" vraag je: "Hoe zou die optie voor jou kunnen werken?" Open vragen zijn de sleutel tot diepgang.

Tenslotte: het model is een leidraad, geen wet. Soms loop je vast in een fase. Dat is oké. Je mag terug naar een eerdere fase om die te verfijnen. Het is een cyclisch proces, geen rechte lijn.

Waarom GROW zo effectief is

Het GROW model is effectief omdat het de verantwoordelijkheid bij de cliënt legt.

Jij als coach bent de gids, niet de redder. Door te luisteren en de juiste vragen te stellen, activeer je het denkvermogen van de cliënt.

Ze voelen zich gehoord en empowerd. Bovendien werkt het model in allerlei contexten. Of je nu coacht via Zoom, in een wandelcoachingsessie of in een teamoverleg: de structuur blijft staan. Het is een universele taal voor ontwikkeling.

Conclusie

Het GROW model toepassen is een vaardigheid die je kunt trainen. Begin klein. Gebruik de vragen in je volgende gesprek en kijk wat er gebeurt.

Je zult merken dat gesprekken helderder worden en sneller tot resultaat leiden. Het draait allemaal om focus, visualisatie, creativiteit en actie. Met GROW in je achterzak ben je een coach die niet alleen luistert, maar echt vooruit helpt.

Portret van Sophie de Vries, gecertificeerd coach in persoonlijke ontwikkeling
Over Sophie de Vries

Sophie begeleidt mensen met diverse coaching methoden naar een bevredigender leven.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Coaching methodes
Ga naar overzicht →